IPA: uitgevonden voor export naar Brits Indië?

-----------------

Een veel gehoord verhaal zegt dat IPA (India Pale Ale) speciaal voor de export naar India is bedacht. Een bekende drankenwinkelketen schrijft o.a. op haar site “… bier overleefde helaas nooit de vier maanden durende zeereis. De Britse bierbrouwer George Hodgson kwam op het lumineuze idee om meer alcohol en hop aan het bier toe te voegen. Zo bleef het bier langer houdbaar …”. Helaas is dit verhaal baarlijke nonsens, en dus een mythe. Hoe zit het dan wel?

De geboorte van IPA

In 1752 richtte George Hodgson de Bow Brewery op. Dit was een relatief klein brouwerijtje vergeleken met de grote porter brouwerijen uit Londen. De Bow Brewery brouwde, zoals vele anderen, Porter en verder Small Beer en October Ale. De brouwerij lag vlak bij de aanlegplaatsen voor de schepen van de East India Company. Deze onderneming had het monopolie op de handel van en naar India. Er werd vooral geïmporteerd en veel minder geëxporteerd. Schepen die richting India voeren waren dus lang niet altijd volledig beladen. Overigens behoorde Porter heel waarschijnlijk tot de exportartikelen van de East India Company.

Officieren en bemanningsleden werd toegestaan om voor zichzelf handel te drijven en dus lading mee te nemen. En dat gebeurde grootschalig. Deze ladingen bestonden uit kleding, wijn, en ook bier. Een scheepskapitein kon op deze manier meer dan £ 10.000 per jaar bijverdienen, voor die tijd een enorm bedrag. Uiteraard moest de handel van te voren worden ingekocht en dus worden gefinancierd. En hier komt, in de jaren 80 van de 18e eeuw (of zo, dit is niet erg duidelijk), George Hodgson op de proppen. Niet alleen lag zijn brouwerij gunstig, hij gaf ook nog eens bijzonder gunstige kredieten. Zijn klanten hoefden het bier pas na 12 tot 18 maanden te betalen, dus nadat ze terug waren van een reis naar India en ze de investering dubbel en dwars hadden terugverdiend.

De bemanningsleden van de schepen kochten zowel Porter als October Ale. Porter was in die het meest gedronken in Engeland en dus dronken de Britten in India dat ook graag. Porter werd veel naar India geëxporteerd, en kon de reis kennelijk moeiteloos overleven, in tegenstelling tot wat veel mythes je willen laten geloven. De Bow Brewery was aanvankelijk vrij klein, en kon waarschijnlijk niet meteen aan de vraag naar Porter voldoen. Dus nam men ook October Ale mee naar India. October Ale was een stock ale, dat wil zeggen een pale ale dat lang moet rijpen. Een October Ale van Hodgson moest waarschijnlijk toch gauw één of twee jaar lageren voordat deze op dronk was.

Echter, tijdens de bootreis naar India bleken de omstandigheden aan boord zodanig te zijn dat de October Ales veel sneller rijpten. Na aankomst waren ze prima te drinken. Na verloop van tijd werden deze bieren dan ook populair in India, met name bij officieren van het Britse leger. Het voetvolk bleef vooral Porter drinken, dat was minder sterk en dus goedkoper.

Wat is (of was) IPA

Zoals al gememoreerd, IPA ontstond uit Hodgsons October Ale, een variant op stock ale dat kennelijk in oktober werd gebrouwen. Stock ales (bewaarbieren) werden veel zwaarder gehopt dan mild ales die direct na brouwen voor consumptie geschikt waren. Bovendien waren ze vaak ook behoorlijk sterker dan andere bieren. Deze twee aspecten maakten het bier lang houdbaar. Maar ook te bitter om meteen te drinken. IPA werd gemaakt van de lichtste mout die beschikbaar was. IPA moest daarnaast een droog bier zijn.

Stock ales waren niet onbekend in de tijd van George Hodgson. October Ale werd gebrouwen als stock ale en er bestaat geen enkele aanwijzing dat het werd ontwikkeld met het oog op export naar India. Dat het een succes werd in India is te wijten aan toevalligheden: (1) de gunstige ligging van de brouwerij t.o.v. de East India Company, en (2) de versnelde rijping tijdens de reis, een aspect dat niemand had kunnen bedenken.

Hoe bitter was een IPA toentertijd? Op basis van 18e en 19e eeuwse bronnen werd ca. 16 lbs per quarter mout gebruikt. Het gewicht van een quarter gedroogd mout wordt geschat op 336 lbs. Dus per kg mout werd 16/336 = 0.048 kg (48 gr) hop gebruikt. Bij een OG van 1075, gebruikelijk voor een IPA in die tijd, en een alfa percentage van 5% voor bijvoorbeeld East Kent Goldings hop kom je dan al gauw op een bitterheid van rond de 160 IBU. Nogal extreem. Wellicht lag toen het alfa percentage lager?

In de loop van de 19e eeuw kwam IPA ook op de Engelse markt. Om het sneller drinkbaar te krijgen werd “slechts” de helft van de hop gebruikt.

Het heeft overigens nog decennia geduurd voordat de naam India Pale Ale gebruikelijk werd. Voordien was het bekend als gewoon pale ale, of bijvoorbeeld als “Pale Ale as prepared for India”.

Exit Bow Brewery

In 1821 vond de leiding van de Bow Brewery het tijd om de winsten te verhogen. De voordelige kredieten werden afgeschaft en men wilde zelf de IPA naar India verschepen. Dit schoot de leiding van de East India Company in het verkeerde keelgat en men ging op zoek naar een andere brouwerij die IPA’s konden maken.

Bow verloor dus de Indiase markt. Een tijdje hebben ze nog IPA’s op de thuismarkt kunnen slijten maar ook daar kwam op een gegeven moment de klad in; de concurrentie uit Burton maakte betere IPA’s.

Burton-upon-Trent

Burton Ale is van oorsprong een donker, tamelijk zoet, en erg sterk bier uit de 18e eeuw. Dit bier werd voornamelijk voor de export gebrouwen. De belangrijkste afzetmarkt was Rusland, verder werd er geëxporteerd naar landen rond de Oostzee. In 1822 begon Rusland hoge invoerheffingen te vragen, het kwam er op neer dat Rusland als markt wegviel. Het probleem voor de brouwerijen in Burton, Bass en Allsopp voorop, was dat ze vrijwel geen thuismarkt hadden. In Engeland was het gebruikelijk dat de brouwerijen hun eigen pubs en inns hadden en daarmee een vaste klantenkring. Dat was in Burton niet het geval. De brouwers vonden dat niet nodig omdat er aan de export meer dan genoeg werd verdient. Totdat Rusland de markt sloot. Men moest de Burton Ale dus in Engeland slijten en dat viel nog behoorlijk tegen. Engelsen vonden het meestal te zoet en te sterk. Al snel werd het bier aangepast zodat het beter in de smaak viel. Dat sloeg enigszins aan; Burton Ale was tot halverwege de 20e eeuw een bekende stijl. Er wordt nog steeds mondjesmaat Burton Ale gebrouwen (b.v. Theakston Old Peculier), maar vreemd genoeg niet meer als Burton Ale, maar als old ale of barley wine.

De ervaring met export naar het buitenland was voor de East India Company een belangrijke reden om te kiezen voor een brouwerij uit Burton. In 1822 kwam men uit op Allsopp uit Burton-upon-Trent. Na wat geëxperimenteer met proefbrouwsels had Allsopp al snel door hoe ze een IPA moesten brouwen. De export naar India kon beginnen. Al snel bleek dat de IPA’s uit Burton veel meer in de smaak vielen dan de oorspronkelijke IPA’s van Bow. Het harde water van de rivier Trent was, en is, veel geschikter voor het maken van hoppige IPA’s dan het zachtere water in London. Na Allsopp gingen ook de andere brouwerijen uit Burton IPA brouwen.

Moderne IPA’s

Het succes van IPA had een piek aan het einde van de 19e eeuw, daarna liep de populariteit terug en in de 20e eeuw verdween het helemaal.

Sinds het einde van de 20e eeuw kent IPA een opleving. Deze begon met de craft beer revolutie in de Verenigde Staten. In de VS werd IPA herondekt. Deze Amerikaanse IPA’s werden ook bijzonder zwaar gehopt, men nam echter niet de moeite ze te laten rijpen. De reden daarvoor lag bij de gebruikte hopsoorten. In plaats van klassieke Engelse hopsoorten zoals Goldings en Fuggles werden Amerikaanse rassen gebruikt. Deze kenmerkten zich vaak door een uitgesproken citrus aroma. Omdat deze aroma’s binnen enkele maanden verdwijnen had lange rijping geen zin in de ogen van de Amerikaanse craft brouwers. Dus gingen de “hopheads” IPA’s met een IBU van ruim 100 drinken. Na een aantal jaren verdwenen deze IBU excessen weer. Wat bleef waren de kenmerken van Amerikaanse hoppen: citrusachtig en bloemig. Deze IPA’s maakten sindsdien een wereldwijde opmars door en dat leidde tot het ontstaan van allerlei varianten die vrijwel niets meer met een originele IPA te maken hebben. Neem bijvoorbeeld een Black IPA. Als je dat vertaalt krijg je “zwart India bleek bier”. Een bleek bier dat zwart is…. Tja, met marketing kan je veel doen. Als je een fiets maar lang genoeg auto noemt wordt het kennelijk vanzelf een auto…..

Conclusie

De oorspronkelijke versie van IPA was zwaar gehopt en was sterk omdat het de bedoeling was te laten rijpen. Deze methode bestond al langer (stock ale) en was zeker niet bedacht om bier naar India te kunnen vervoeren.
Andere bieren dan IPA konden de reis naar India wel degelijk overleven. Porter werd in grote hoeveelheden naar India geëxporteerd.

Bronnen

Martyn Cornell – Amber, Gold and Black
Ian Webster – Brewing in Burton-upon-Trent

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *